Studio Wessels Boer


Marjet Wessels Boer begon in 2001, na haar afstuderen aan de Gerrit Rietveld Academie, haar eigen studio. Aanvankelijk ontwierp en produceerde ze in oplage vooral bijzondere producten en meubels die spelen met hun functie. Sinds 2007 richt Marjet zich volledig op de openbare ruimte met objecten of ingrepen die je opnemen in de ruimte, je gezelschap houden en je thuis laten voelen. Haar werk gaat een dialoog aan met de gebruiker en zijn omgeving en verbindt zo fysieke plekken weer met mensen.



‘Eens was de straat het verlengstuk van het private domein, ze werd als eigen territorium beschouwd en voor allerhande zaken gebruikt. Vanaf de middel-eeuwen ontstond door het aanleggen van stoepen, voortuinen, erkers en balkons een diffuse overgang tussen de openbare en private sfeer.

In onze moderne, stedelijke architectuur zijn deze overgangszones veelal verdwenen en is het openbare gebied zodanig uniform en neutraal ingericht dat er weinig plaats is voor persoonlijke en exhibitionistische details. De was, de tuinkabouters en geveltuintjes zijn verdwenen.
De toonstraat wordt een doorgangszone en zelfs pleinen zijn niet meer om echt te verblijven. Door het ontbreken van ontroerende individuele en onthullende uitingen worden plekken anoniemer en voel je je meer alleen. Dit gemis is een uitgangspunt in mijn werk.

Ik wil openbare plekken bezielen met objecten of ingrepen die je opnemen in de omgeving, je gezelschap houden en je thuis laten voelen. Ik wil passanten en bewoners met kleine ingrepen verwelkomen en behagen. Door te spelen met herkenning en antropomorfisme maak ik de openbare ruimte excentrieker, evocatiever en zachter. Ik wil fysieke plekken weer met mensen verbinden en mensen met mensen.

Plekken hebben verborgen behoeften en verlangens. Ik wil deze ontdekken en vervullen. Na jarenlang producten en meubels in kleine series voor een luxe markt te hebben ontwikkeld, is de openbare ruimte een ontdekking. Ik ontwerp nu specifiek voor een unieke situatie; er is een duidelijke context als bron. Door plaatsgebonden te ontwerpen kom ik tot authentieke ontwerpen, die voortkomen uit die plek en niet inwisselbaar zijn. Ik ontwerp geen losse objecten meer voor een ruimte, maar laat ze deel worden van de ruimte en integreer mijn werk dan ook vaak in de architectuur of infrastructuur.

Publiek werk vraagt om interactie met het publiek; de discussie vormt mede mijn werk. Omwonenden geven me aanleidingen en aanwijzingen.
Naast veel luisteren en observeren bedenk ik, indien de context erom vraagt, een format waarin ik de persoonlijke inbreng van gebruikers kan verwerken. Afbeel-dingen van herkenbare objecten die vragen oproepen over de persoon achter de gevel gebruik ik dan graag (zoals een hometrainer, doopkaarsen of wajangpop).

Hoewel ik mijn werk voor een diverse groep mensen toegankelijk wil laten zijn, is het uitlokken van een intieme relatie mijn opzet.
Ik zoek het in het schemergebied tussen het publieke en persoonlijke. De juiste balans tussen open en intiem. Door meerdere, bewust geordende invalshoeken aan te bieden wil ik de verbeeldingskracht van de gebruiker stimuleren en zijn of haar voorstellingen over de gebruikersmogelijkheden en betekenissen van de plek verbreden.’


Marjet Wessels Boer, 2010

download portfolio
download cv